29 september deelt de werkplaats hun kennis en ervaringen van de afgelopen jaren en staan stil bij huidige initiatieven. Ook wordt vooruit gekeken: welke nieuwe onderwerpen of thema’s zijn de komende jaren van belang?

Keynote deze dag is Lilian Linders. Zij is lector Empowerment en Professionalisering bij InHolland. Lilian is programmaleider van de Werkplaats Sociaal Domein Noord-Holland. In deze lezing gaat Lilian in op de betekenis van kwetsbaarheid in relatie tot de visie van empowerment.

Het programma en de praktische informatie lees je op de speciale webpagina die voor je klaarstaat of meld je meteen aan voor de bijeenkomst op Hogeschool Leiden, 14-17.30 uur op donderdag 29 september.

Vragen? Neem contact op met Wendy van Lienden via lienden.van.w@hsleiden.nl van Werkplaats Sociaal Domein Den Haag en Leiden.

 

 

 

 

Dit jaar is het landelijk Leernetwerk Participatief jeugdonderzoek, gefinancierd door ZonMw, van start gegaan. Wat beoogt dit Leernetwerk te bereiken en hoe pakken ze dat dan? Hierover ga ik – Rosanne Gonçalves-Prins– in gesprek met projectleider en penvoerder Christine Dedding (Amsterdam UMC, medeoprichter van School for Participation van waaruit participatief actieonderzoek wordt gestimuleerd en geprofessionaliseerd) en Leernetwerkexpert en coördinator SAMEN Noortje Pannebakker (TNO) in gesprek.

Stand van participatief jeugdonderzoek in Nederland

Nederland heeft een historie in participatief jeugdonderzoek. Christine zelf is in 2008 gepromoveerd, de eerste proefschriften verschenen 15 jaar geleden. Al die tijd is geïnvesteerd in de kwaliteit van participatief jeugdonderzoek.

Ik begin met de vraag hoe het er nu voor staat met participatief jeugdonderzoek in Nederland. “Het gaat heel goed, er is een groeiende interesse belang en meer mensen durven jongeren bij onderzoek te betrekken. Er is meer bereidheid te reflecteren en te leren met elkaar,” vertelt Christine.

De beste voorbeelden van participatief jeugdonderzoek vind je in zogenoemde ‘derdewereldlanden’

Participatief jeugdonderzoek buiten Nederland

Niet alleen in Nederland is participatief jeugdonderzoek snel omarmd. Christine: “Bij jongerenparticipatie is het belangrijk te benadrukken dat de beste voorbeelden uit zogenoemde ‘derdewereldlanden ’ komen. In India hebben kinderen zelfs wetgeving rond kinderarbeid weten te veranderen. We kunnen daar veel van leren.”

Is een Leernetwerk Participatief jeugdonderzoek nodig?

Noodzaak Leernetwerk Participatief Jeugdonderzoek

Samengevat lijkt het best goed te gaan met de jongerenparticipatie in Nederland. Op de vraag waarom een dergelijk Leernetwerk dan toch nodig is, antwoordt Christine dat de vraagstukken rond werken met jongeren nog nergens zijn belegd. En dat er nog weinig kritisch is gereflecteerd met jongeren.

Dat roept de vraag op of we inderdaad het goede doen. Door dat wat er is in Nederland met elkaar te verbinden in een community, kunnen vraagstukken rond jongerenparticipatie worden belegd en antwoorden worden gevonden.

Wat gaat het Leernetwerk doen?

Er is nog veel te leren rond jongerenparticipatie, en de kennis die er al is wordt nog niet breed gedeeld. Dat moet beter en op de dilemma’s die zich daarbij voordoen moet goed worden gereflecteerd. “Dan bedoel ik niet alleen door onderzoekers maar ook jongeren. Er is nog weinig geleerd van de dilemma’s. En we willen de kwaliteit van jongerenparticipatie hoog houden, juist met de groeiende populariteit moeten wie die goed bewaken ,” aldus Christine.

De kwaliteit is een van de punten die het Leernetwerk oppakt. Zo zijn er wel standaarden voor jongerenparticipatie in onderzoek, maar deze zijn in Nederland nooit met jongeren bediscussieerd. Een van de vraagstukken is of we hetzelfde verstaan onder jongerenparticipatie, of we dezelfde nastreven en of de huidige regels voor participatief actieonderzoek passend zijn bij kinderen en jongeren.

Christine: “Er is niet altijd kennis van participatief onderzoek, bovendien zijn METC’s [Medisch Ethische Toetsings Commissies] ingericht op beschermen. Tussen beschermen en participatie is een spanningsveld. Mijn motto is: als je ze wil beschermen is participatie een voorwaarde.”

Jongeren haken af

Noortje vraagt Christine of deze dilemma’s ook bij gemeenten spelen wanneer beleid wordt ontwikkeld. Volgens Christine is hier sprake van een ander dilemma. Historisch gezien richt participatie zich op mensen die weinig invloed kunnen uitoefenen op beleid. Het risico nu is dat vooral jongeren die verbaal vaardig zijn en comfortabel met beleid zijn, hun weg het beste vinden en invloed uitoefenen.

Geen echte participatie

Noortje vraagt Christine of deze dilemma’s ook bij gemeenten spelen wanneer beleid wordt ontwikkeld. Volgens Christine is hier sprake van een ander dilemma. Historisch gezien richt participatie zich op mensen die weinig invloed kunnen uitoefenen op beleid. Het risico nu is dat vooral jongeren die verbaal vaardig zijn en comfortabel met beleid zijn, hun weg het beste vinden en invloed uitoefenen.

Ik heb er geen woorden voor

Verschillende vormen van participatie

Christine: “Mijn zorg is dat we participatie te veel verbaal inrichten. ‘Ik heb er geen woorden voor’ is niet voor niets een bekende uitdrukking, juist als het om belangwekkende kwesties gaat… Ook voor jongeren die verbaal vaardig zijn, kan het moeilijk zijn ervaringen onder woorden te brengen.” Volgens Christine zijn het tonen van emoties of niet deelnemen ook vormen van participatie. Jongeren hebben zich moeten kanaliseren in ons systeem en daarmee verliezen we veel informatie.

Christine pleit er dan ook voor participatie van jongeren niet te beperken tot het kunnen en willen verbaliseren van wensen en behoeften. “En daar zijn onderzoekers vaak niet in getraind.”

Noortje merkt op dat we ook bij SAMEN sterk inzetten op de verbale kant. Christine: “Als we samen verder willen leren moeten we die rauwe werkelijkheid ook toelaten.” En dat reikt nog verder. Verbale mensen zijn ook in werk kansrijker. Langopgeleiden profiteren dan ook van het participatiediscours, zij kunnen zich makkelijker verhouden tot structuren waarin we participatie vormgeven zoals raden en vergaderingen.

Wat is een jongere?

Bij de start van het Leernetwerk is stilgestaan bij de vraag ‘wat is een jongere?’. Want wat bleek, ook mensen van 26 of 28 jaar identificeren zich soms nog als jongere. Aanvankelijk werd er bij het netwerk gedacht aan jongeren tot 18 jaar.

“Je zou denken dat jongeren zich eerder willen identificeren als volwassen.” Volgens Christine gebeurt dat omdat sommige jongeren een dermate uitdagend leven achter de rug hebben, dat de duur van jongere zijn wordt opgerekt. “Ook willen jongeren recht doen aan wat ze eerder niet hebben kunnen zeggen. Het gesprek over een mogelijke leeftijdsgrens heeft me ontroerd.”

Volwassene en jongere tegelijk

Noortje voegt daaraan toe dat een van de jongere aangaf dat het nodig is fijnmaziger te kijken naar het begrip ‘jongere’. “Op sommige vlakken kan je super volwassen zijn, terwijl je dat op andere facetten nog niet bent.” Christine: “Het risico van oprekken is dat er dan minder aandacht gaat naar kinderen. Het kan dan heel lang duren voordat we bereid zijn te investeren in een samenwerking met jonge kinderen – terwijl ook zij beschikken over kennis en het recht hebben om gehoord te worden. “

Naar aanleiding van het gesprek over wat een jongere is, is de naam van het Leernetwerk aangepast naar: LNW jongerenparticipatie: Hoe werken onderzoekers en kinderen en jongeren in de leeftijd 0-26+ samen in onderzoek?

Gaat het goed samen; participatief jeugdonderzoek in/ en een Leernetwerk?

Noortje: “Door maatschappelijke vraagstukken vanuit een Leernetwerk op te pakken, zie je een verschuiving in hoe het wordt opgepakt. Als iedereen zich lekker voelt om mee te praten, pak je het probleem anders aan; er is sprake van begrip voor elkaars perspectieven. Bovendien is iedereen via het Leernetwerk met elkaar verbonden.”

Van ervaren tot onervaren jongeren met ervaringskennis

Daar ligt een uitdaging. “Want wanneer kom je van de bank? Wanneer het gaat om je eigen straat, wijk of dorp. Daarna neemt de animo af.” Een landelijk netwerk zoals het Leernetwerk Participatief Jeugdonderzoek is best abstract. Hierdoor trekt het vooral jongeren die al wat langer bezig zijn met participatie. “Daarop moeten we alert zijn, dat jongeren die niet al tien jaar meedoen ook gehoord worden.” Bovendien geven Noortje en Christine aan het belangrijk te vinden dat ook jonge kinderen gehoord worden. “We staan dus voor een uitdaging die we gaan omarmen.”

Op de vraag wat de meerwaarde is van samenwerken in een Leernetwerk, geeft Christine aan dat er lessen te leren zijn bij zowel systemisch als organisch leren. “Beide hebben waarde, beide bevragen elkaar, dat is voor mij leerzaam. Participatief leren is loslaten van controle – ik richt me op het al doende leren. Het leren structureren in een Leernetwerk kan het ontdekken in de weg staan. Tegelijkertijd is het voordeel van formaliseren dat je leerlessen niet over het hoofd ziet.”

Leernetwerk coacht onderzoekers

Vanuit het Leernetwerk worden onderzoekers gecoacht. Noortje licht toe: “Het idee is dat we onderzoekers die nog zoeken hoe je jongeren betrekt, de mogelijkheid bieden te sparren met meer ervaren onderzoekers en een jongere. Hiermee ontstaan proeftuintjes waarin besproken wordt hoe je jongerenparticipatie in onderzoek vormgeeft. Deze tuintjes samen zijn een mooie plek voor het delen van geleerde lessen en te kijken of ze ook goed aansluiten.”

Blijf bij!

Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief van het Leernetwerk Participatief Jeugdonderzoek (lees hier die van juli 2022). Vragen? Neem contact op met Jasmijn Obispo.

Voor het project De Specialist Dichterbij (Ontwikkellijn Integraal Werken) hebben we vijf integraal specialistische teams gevolgd in de regio’s Haaglanden, Midden-Holland, Alphen aan den Rijn en Katwijk.

Wat verwachtten de deelnemers voor de start van het project en wat is daarvan uit gekomen? Wat hebben ze geleerd? Daarover vertellen Vibeke Pronk (Youz), Christine de Koning (ouder), Margo ter Heegde (Enver), Cynthia Schoemaker (GO! voor jeugd) en Corline Bijkerk (gemeente Gouda) in onderstaand filmpje.

In het project De Specialist Dichterbij is onderzoek gedaan naar werkzame en belemmerende elementen van een integrale specialistische werkwijze. Daarbij is het van en met elkaar leren centraal gezet. In het interview met projectleider Laura Nooteboom en onderzoeker Eline Heek (LUMC-Curium) lees je hoe ze dat hebben gedaan.

Beatrijs JansenBeatrijs Jansen is een van onze twee keynotes tijdens de Jaarconferentie – Regionaal leren 13 september a.s. Zij deed bij vijf gemeenten onderzoek of sturing uitmaakt en of verschil in sturing uitmaakt en hoe achttien jeugdhulpaanbieders hierop reageren. Beatrijs laat zien hoe complex sturen voor gemeenten is en wat wel en niet werkt als het om sturen op de transformatie van de jeugdhulp gaat.

Bekijk hieronder het filmpje waarin Beatrijs meer vertelt over haar bijdrage 13 september.

Heb je je nog niet aangemeld? Doe dat dan via het online-formulier.

Liesbeth Zuidema is een van de coördinatoren ‘samenwerken met gemeenten’. Zij is dat voor de regio Haaglanden. Ik, Rosanne Gonçalves-Prins, spreek haar in het stadhuis van Den Haag – ook wel bekend als het IJspaleis.

Strateeg Sociaal Domein

Het stadhuis van Den Haag is – wanneer ze niet thuiswerkt – de werkplek van Liesbeth. Ze werkt voor gemeente Den Haag als Strateeg Sociaal Domein. Dit is een relatief nieuwe functie waarin ze onderdeel uitmaakt van de werkplaats Strategie, Kennis en Innovatie van de dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. Doel is om bij het bepalen van beleid, ook oog te hebben voor de samenhang en de lange termijn.

Oog voor samenhang en lange termijn

Iets wat, zeker voor een grotere gemeente, een uitdaging is. “Dat willen we doorbreken door domein overstijgend met elkaar samen te werken. Veel vraagstukken raken ook aan andere diensten van de gemeente,” aldus Liesbeth.

Door een strategische verkenning te doen van sociaal-maatschappelijke vraagstukken, huidige trends en verwachte ontwikkelingen, die te analyseren en met experts en wetenschappers te spreken, worden koers en focus bepaald. “Erg leuk om te doen en zo heb ik ook Rob Gilsing (boegbeeld) al gesproken voordat ik bij SAMEN kwam.”

Van kunsthistoricus…

Kartuizermonnik Jan Vos – Jan van Eyck

Een vrij nieuwe functie dus, die je niet direct bij Liesbeth zou verwachten. Althans, als je de eerste helft van haar huidige loopbaan bekijkt. Zo is Liesbeth van huis uit kunsthistoricus. Ze heeft een fascinatie voor de Vlaamse Primitieven zoals Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. De Vlaamse Primitieven was een groep kunstschilders die actief was in de 15de en 16de eeuw.

Deze fascinatie leidde tot het promotieonderzoek van Liesbeth waarin ze onderzocht wat de functie van kunst is bij de meditatie van de Kartuizer monniken. Dit is een strenge kloosterorde waarvan de monniken leven als kluizenaars. Zij mediteren en bidden om een verlichtingstoestand te bereiken en daarbij spelen met name beelden uit de bijbel (het leven van Jezus) een rol.

Na haar promotie wilde Liesbeth conservator worden, wat erg lastig is in Nederland omdat er meer kunsthistorici zijn die die functie ambiëren dan dat er plekken zijn. Zo is ze via Jakobien Groeneveld, tot voor kort wethouder Jeugd bij gemeente Zoetermeer, bij de gemeente Alphen aan den Rijn terecht gekomen.

…tot beleidsmedewerker

Na een jaar stroomde Liesbeth door naar de beleidsafdeling Maatschappelijke Ontwikkeling waar ze zich breed ontwikkelde; van sport tot cultuur, Wmo, jeugd, huiselijk geweld, etc. In 2016 maakte ze de overstap naar gemeente Den Haag waar ze begint als beleidsmedewerker en doorstroomt naar haar huidige functie.

Naast dat ze zich bij de werkplaats Strategie, Kennis en Innovatie richt op de lange termijn, werkt ze daar met collega’s ook domeinoverstijgend samen.

De plus van SAMEN

De toegevoegde waarde van de Werkplaats SAMEN zit er volgens Liesbeth vooral in dat je vanuit beleid, praktijk, onderwijs, onderzoek en gezinnen samenwerkt en zo van elkaar leert. Tegelijkertijd is de werkdruk hoog wat maakt dat dit onder spanning staat.

Dit terwijl het belangrijk is van elkaar te leren en samen een lerende gemeenschap te vormen. “Het is interessant om van elkaar te horen welke vraagstukken we hebben.”

Ook als gemeenten onderling. Als voorbeeld haalt Liesbeth de eerste bijeenkomst van SAMEN aan die ze bijwoont, georganiseerd door het Leernetwerk Normaliseren. 23 maart jl. kwamen gemeenten en leernetwerken samen om te kijken hoe we met onze leernetwerken meer van betekenis kunnen zijn voor gemeenten uit onze regio (voor meer over deze bijeenkomst: SAMENwerken Leernetwerken & gemeenten).

Mismatch in het gebruik van jeugdhulp

“Rob Gilsing constateert een mismatch in het gebruik van jeugdhulp. Juist in de wijken waar je dat niet zou verwachten, is sprake van een hoog gebruik en andersom. Dat intrigeert me, het raakt ook aan de grote verschillen die je in Den Haag als gesegregeerde stad ziet. Het brengt me ook bij de vraag hoe we dat beter kunnen doen, vooral bij de moeilijk bereikbare groepen.”

Volgens Liesbeth wordt deze spanning steeds beter zichtbaar, mensen die het gevoel hebben dat ze geen zeggenschap hebben en dat veel voor hen wordt bepaald. “Als samenleving hebben we hierin te maken met een heel groot vraagstuk. Dat zie je dus ook terug in de jeugdhulp.”

Liesbeth zou het mooi vinden als ze als coördinator samenwerken met gemeenten in Haaglanden daarin iets, al is het maar klein, kan betekenen.

Heb je vragen voor Liesbeth? Neem contact met haar op!

Het Leernetwerk kinder- en jongerenparticipatie is ruim 4 maanden onderweg, een gelegenheid die is aangegrepen voor het doen van een update. In de nieuwsbrief wordt verteld wat er is gebeurd, geleerd en wat het Leernetwerk gaat doen.

Lees de nieuwsbrief:

Nieuwsbrief Leernetwerk Jongerenparticipatie juli 2022

Nieuwsbrief Leernetwerk Jongerenparticipatie juli 2022

Laura Nooteboom

We weten dat het bieden van integrale – passend en in samenhang – hulp noodzakelijk is om gezinnen met meerdere problemen goed te helpen. In het project De Specialist Dichterbij binnen de Ontwikkellijn Integraal Werken is onderzoek gedaan naar werkzame en belemmerende elementen van een integrale specialistische werkwijze.

Eline Heek

Vanaf het allereerste moment is het van en met elkaar leren centraal gezet. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Noortje Pannebakker, expert leernetwerken, gaat hierover in gesprek met Laura Nooteboom en Eline Heek, projectleider (Laura) en onderzoeker (Eline) namens LUMC-Curium.

Ook trekken Laura en Eline het Leernetwerk Integraal Werken van SAMEN. Laura kun je bovendien kennen van het project Gezin aan Zet – Bouwstenen van Evalueren – waarop zij gepromoveerd is.

Met wie en wat

Voor het onderzoek zijn vijf teams in vier regio’s onder de loep genomen: Beter Thuis (Haaglanden), In Verbinding en PAST (Midden-Holland), MAST (Alphen a/d Rijn) en Team in opbouw voor chronische jeugdzorg (Katwijk).

In het project stond direct het van en met elkaar leren centraal. “We hebben vanuit De Specialist Dichterbij vier leersessies met vertegenwoordigers vanuit verschillende perspectieven -gemeente, organisatie, professionals, ouders/jongeren – georganiseerd. Tijdens die sessies hebben we tussentijdse resultaten teruggekoppeld en vanuit verschillende perspectieven onze ervaringen gedeeld.”

“We wisselden met de verschillende perspectieven uit over thema’s als partnerschap tussen gemeenten, praktijkorganisaties en professionals, waarbij we stilstonden bij de samenwerking tussen deze verschillende perspectieven. Daarnaast hebben we stilgestaan bij en uitgewisseld over thema’s als financiering van integrale initiatieven en evaluatie en monitoring.”

Grote verschillen

Daarbij viel op dat er niet alleen verschillen waren tussen de regio’s en de teams, maar ook daarbinnen. “Door de hele concrete terugkoppeling was de herkenning heel groot. Het ging over waar men mee bezig was.” Daardoor konden voorbeelden van anderen ook goed worden vergeleken met de eigen situatie en kon men goed van en met elkaar leren.

Leren – hoe ging dat?

Door de kennis die werd gedeeld expliciet te maken, kon tijdens de sessies prima worden uitgewisseld over wat eenieder ervan vond. “Daarmee was het een goed hulpmiddel om met en van elkaar te leren.”

De reflectievragen die daarbij werden gesteld waren afhankelijk van het thema en gingen daar specifiek op in. “Doordat we ruim van tevoren de sheets stuurden en veel mensen het goed hadden voorbereid, verliepen de leersessies goed, deelnemers brachten veel zelf in.” Vandaar dat er een grote mate van interactiviteit was en er veel werd gereflecteerd.

Ook leren na de sessies

Noortje vraagt hoe een leersessie werd afgesloten en of Eline en Laura ook vroegen naar voornemens. “Ja, we vroegen deelnemers naar actiepunten, waar ze over zouden gaan uitwisselen of nadenken. Dat haalden en schreven we op, en daar kwamen we de volgende leersessie weer op terug.” Volgens Eline en Laura werkte dat als een goed geheugensteuntje.

Laura: “Ik denk dat we weinig kunnen zeggen over of het echt de zorg verbeterd heeft, daar hebben we geen zicht op. Dat wat we behaald hebben is dat deelnemers op hun eigen handelen hebben gereflecteerd, dat is de winst, het leren en reflecteren van deelnemers zelf.”

Zijn doelen bereikt?

Bij de aanvang van het project waren de doelen het leggen van verbinding en het vergroten van het bewustzijn. Het veranderen van de praktijk was niet het primaire doel. “Je moet realistisch zijn over wat je in die vier sessies kunt bereiken.”

De ideale wereld

Op de vraag of het project verlengd moet worden, antwoordt Laura: “In de ideale wereld worden zulke netwerken doorgezet door de mensen zelf of de projectleider. Het project De Specialist Dichterbij is een onderzoeksproject met onderzoeksdoelen welke ook zijn bereikt. Voor de praktijk kan het interessant zijn het netwerk te continueren, maar niet voor het onderzoek.”

Hoog over wil je dat dit soort initiatieven worden verbonden en dat die elkaar versterken door van elkaar te leren, dat is namelijk een continu proces en is nooit klaar. Maar als je de netwerkstructuur in stand wilt houden zonder duidelijke doelen (leren en verbinden), dan is het de vraag of dat lukt.

Hoe leg je geleerde lessen vast?

Factsheet Partnerschap tussen professionals en gezinnen

Het vastleggen van de leerlessen uit de leersessies gebeurde door middel van factsheets . Vragend naar waarom die keuze is gemaakt, blijken praktische overwegingen de doorslag te hebben gegeven. “Het staat vast, men kan op een eigen moment de factsheet raadplegen en als je het mondeling terugkoppelt is het de vraag of mensen dat onthouden.”

Laura en Eline werden gesterkt in hun keuze voor factsheets door de deelnemers, die vonden het een prettige manier van terugkoppeling. Mocht iemand vervangen worden door een collega tijdens een leersessie, dan kon hij of zij dat zich met behulp van de factsheets goed inlezen en vervolgens volledig mee doen.

De juiste persoon op de juiste plek

Laura: “Ik hou van eigen verantwoordelijkheid, ook in de voorbereiding op een leersessie. Na de eerste sessie merkten de deelnemers al dat voorbereiding nodig was om alles eruit te halen wat erin zat.”

Eline: “Belangrijk is dat je de juiste mensen aan tafel hebt zitten die wat hebben met het onderwerp. Dat verschilt per thema. Was bijvoorbeeld ‘partnerschap met gezinnen’ het thema, dan werden collega’s van deelnemers die daarmee bezig zijn uitgenodigd. Dat hebben we zo ook met financiën gedaan. Zo wordt er meer geleerd, door wisselende samenstellingen.”

Het programma van de Jaarconferentie 2022 op dinsdag 13 september is bekend!

Regionaal leren van maatschappelijke vraagstukken

Voor het plenaire deel hebben we Sharon Stellaard en Beatrijs Jansen uitgenodigd. Ze hebben gemeen dat ze beide reflecteren op de wet- en regelgevingkant van de zorg voor jeugd: wat leren we van verschillende financieringswijze van verschillende gemeenten en wat leren we als we kijken naar de wet? Hoe kijken deze dames op de invloed daarvan op de maatschappelijke complexe vraagstukken die SAMEN oppakt?

De verbinding tussen regionale initiatieven voor kennis en innovatie

Sharon Stellaard neemt ons aan de hand van haar promotieonderzoek aan de VU mee in de afgelopen 3 hervormingen van de jeugdzorg.
Hoe verliepen de grote veranderingen in de jeugdzorg , wat leverde dat op en wat kunnen we daarvan leren in relatie tot de huidige knelpunten? Lees het interview dat ZonMw met Sharon hierover hield.

Beatrijs Jansen deed bij vijf gemeenten onderzoek of sturing uitmaakt en of verschil in sturing uitmaakt en hoe achttien jeugdhulpaanbieders hierop reageren. Naar het proefschrift van Beatrijs.

Workshops

Verder worden er vanuit diverse ontwikkellijnen workshops georganiseerd. En jij kunt daarbij zijn! Zeker zijn van een plekje? Meld je direct aan!

Alles en meer weten over de Jaarconferentie? Bezoek de:

 

Elke bijeenkomst van het Leernetwerk Integraal Werken staat een kernelement van integraal werken centraal. Tijdens de bijeenkomst van 7 juni was dat: Gevoel van bekwaamheid. Op deze manier zoeken we onder leiding van trekkers Eline Heek en Laura Nooteboom (LUMC Curium) met het leernetwerk – vanuit verschillende perspectieven – naar verdieping, dilemma’s en werkwijzen in de toepassing van deze kernelementen.

Op de factsheet hebben we alle belangrijkste bevindingen en opmerkingen bij elkaar gezet, zoals

“Moet je je helemaal bekwaam voelen of mag je ook samen ontdekken? Het samen even niet weten?” – Jongere

“Het is belangrijk om constant nieuwsgierig te blijven naar of er genoeg ruimte is om integraal te werken en professionals zich daar bekwaam in te laten voelen. Het is daarom belangrijk om in gesprek te blijven over of de regels nog passend zijn.” – Beleidsmedewerker

De volgende bijeenkomst van het leernetwerk is op 27 september.

Factsheet bijeenkomst Leernetwerk Integraal Werken 7 juni 2022

Inge Bramsen

We spreken Inge Bramsen, Hogeschool Rotterdam, naar aanleiding van Mijn Pad. Dit is een methode die de eigen regie en eigen kracht bij jongeren met meerdere ingewikkelde problemen aanspreekt. Als jongere helpt het jou te bepalen wat je wilt met jouw leven en toekomst en en welke stap je nu kunt zetten, jeugd- en gezinsprofessionals kunnen daarin begeleiden.

Bij de ontwikkeling van Mijn Pad is nauw samengewerkt met ervaringsdeskundige jongeren. ExpEx bestond toen nog niet. Later in 2018-2019 ontstond ook de samenwerking met ExpEx. In dat verband schuift ook onze coördinator Samenwerken met Gezinnen en ExpEx-coördinator

Sanne Dierick

Midden-Holland bij stichting KernKracht, Sanne Dierick, aan. Samen met LUMC-Curium als trekkers van het Leernetwerk Integraal Werken werkt zij binnen SAMEN aan het geven van een gelijkwaardige plek aan de input van gezinnen.

Sophie Schmeets (betrokken ExpEx):
Mijn eerste reactie tijdens mijn ontmoeting met Mijn Pad in 2019 was: “Maar dit is voor iedereen op elk moment in je leven toepasbaar. Wat fijn!”
Ik geloof dat het voor iedereen belangrijk is om te weten wat je doelen én dromen zijn en hoe je daar met kleine stapjes kan komen. Mijn Pad faciliteert het gesprek met jezelf of met een ander erbij. Het geeft zelfvertrouwen om te werken aan dingen in je leven die je wilt laten groeien.

“De eerste keer dat de ExpEx hoorden van onze plannen, waren ze meteen ook enthousiast,” vertelt Inge. Het idee van in kleine stapjes werken aan de eigen ontwikkeling sprak meteen tot de verbeelding. Ook dat je dit alleen of met iemand naar keuze kunt doen, werd en wordt positief ontvangen.”

Vormen van Mijn Pad

Mijn Pad is een werkboek die zowel op papier als op de website kan worden gebruikt door jongeren waardoor het eigenaarschap van jongeren wordt vergroot. Bij dingen als ‘wat wil ik met mijn leven’, nadenken over en het maken van keuzes en het stellen van doelen helpt Mijn Pad. Sanne: “Het is een heel laagdrempelige tool, je kunt kiezen (of en) met wie je het gebruikt en je kunt zelf kiezen met welk onderdeel je start.”

Daphne Daalhof (betrokken ExpEx):
Mijn Pad gaat voor mij over het ervaren van regie over je eigen leven. Met mijn Pad kun je zelf bepalen waar je in jouw leven aandacht aan wilt geven. Dit kan alleen of met iemand samen, jij beslist. Je raakt gemotiveerd om na te denken over jouw leven zodat je in kleine stapjes kunt bouwen aan jouw toekomst.

Mijn Pad kunnen jongeren zelf gebruiken, en professionals kunnen het als begeleidingsmethode inzetten. Bij de start met Mijn Pad tref je een pagina vol met onderwerpen, uiteenlopend van familie en school tot vrije tijd. Je kiest hieruit een of meerdere waarmee je aan de slag wilt gaan. Ook kun je kiezen wie schrijft. “Hieraan zie je dat jongeren nauw betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling ervan, er ligt veel regie bij jongeren in dit traject,” aldus Inge.

Aansluiten op de behoeften van jongeren

Sinds 2013 is Inge bezig met het ontwikkelen van ‘iets’ voor jongeren. Bij het eerste project was de vraag een instrument te ontwikkelen die de participatie en autonomie van jongeren meet. Daarbij moest het perspectief van jongeren centraal staan. Dat was eigenlijk een tegenstelling: “jongeren hadden helemaal geen behoefte aan een meetinstrument”.

Jongeren met ervaring waren adviseur bij dit project. Gestart werd met diepte-interviews waarbij de jongerenraad van Cardea ook was betrokken. In die periode, 2013-2015, was het nog betrekkelijk nieuw, jongeren als hun eigen belangenbehartigers. Hierin zie je ook een verandering: in plaats van problemen als uitgangspunt, zie je bij Mijn Pad levensgebieden staan. “Daarmee sluit het direct aan op de wens van jongeren een zo normaal mogelijk leven te leven,” aldus Sanne.

Verandering in hulp

Inge vertelt daarover: “Met oma bijvoorbeeld werden andere tegels gekozen dan met een professional. Dat is logisch, je bespreekt nou eenmaal andere dingen met een hulpverlener dan met je oma. Dit is een voorbeeld van een dilemma waarmee hulpverleners kunnen zitten wanneer jongeren de leiding nemen. Of denk bijvoorbeeld aan vrienden, wanneer die bij Mijn Pad worden betrokken, dan kun je je als hulpverlener afvragen of dat wel de goede zijn.”

Sanne: “Kaders worden snel geschept, vaak vanuit angst, en dat komt uit liefde voor de jongere. Vraag wat de vrienden betekenen voor de jongere. Blijkbaar haalt hij of zij er wat uit, anders zou je dat niet met diegene bespreken. Als je met Mijn Pad bezig bent, ben je bezig met de toekomst. Hoe mooi als de jongere dat met een vriend bespreekt.”

Janet Haring (betrokken ExpEx): De tool MijnPad heeft voor mij “echt” ervoor gezorgd mijn eigen pad te volgen en in mijn kracht te staan. Na jaren geen eigen regie te ervaren vanwege vele betrokken hulpverleners en alles goed willen doen werd ik beïnvloed om mijn eigen pad te bewandelen. Een begeleider bood mij aan mee te doen met de eerste pilot van Mijnpad. De tool was een verrijking en ik vulde alles in een aantal uur in. Door juiste vragen kon ik mijn eigen doelen voor ogen zien en naleven. Ik voelde een opluchting en kreeg overzicht over mijn eigen wil. Ik voelde mij belangrijk en hoopvol. De uitkomsten heb ik zelf mogen gebruiken voor mijn perspectiefplan. Alle jongeren zullen zich krachtiger voelen na het gebruiken van de tool.

Veel jongeren hebben behoefte aan herstel van verbinding, vaak is daar veel in mis gegaan, constateert Inge. Daarom is er bij de ontwikkeling van Mijn Pad ook aangesloten bij de zelfdeterminatietheorie van Edward L. Deci en Richard M. Ryan. De behoefte aan (herstel van) verbinding wordt vaak onvoldoende vervuld.

Hulpverlening verandert

Inge: “Je ziet dat er veel vooroordelen zijn. Ik heb bijvoorbeeld gemerkt dat als je als jongere aangeeft dat je behoefte hebt aan rust, de betekenis van rust wordt ingevuld door hulpverleners.” Dat zegt volgens Inge iets over hoe je luistert, invult en dat er soms angsten zijn die misschien niet terecht zijn.

Het is belangrijk te bekrachtigen wat een jongere inbrengt. Hulpverleners zijn geneigd om te denken voor iemand, te weten waar het over moet gaan. Je maakt je zorgen over een bepaald punt, dan wil je daar je pijlen op richten. Tegelijkertijd kan het zijn dat een jongere een andere tegel kiest. De bedoeling van Mijn Pad is dat je dat bekrachtigt zodat je het competentiegevoel versterkt.

Soms moeten hulpverleners grenzen stellen, maar dit gebeurt altijd met uitleg erbij, zodat de jongere het kan begrijpen. Maar ook kunnen zich dilemma’s voor doen. Bijvoorbeeld als een jongere iets wil doen wat risicovol is. Dan moet de hulpverlener een keuze maken tussen autonomie en veiligheid. In de trainingen Mijn Pad wordt aandacht besteed aan dit soort dilemma’s.

Trainingen Mijn Pad

Vanuit Mijn Pad worden verschillende trainingen georganiseerd. Die worden zowel door professionals als ervaringsdeskundigen georganiseerd. Een organisatie kan een traject op maat aanvragen dat bestaat uit een voorgesprek, een workshop voor het kader (wat is er nodig – actieplan) en een training van vier dagdelen ‘Ontdek Mijn Pad’ voor jeugd- en gezinsprofessionals. De trajecten worden afgesloten met een nagesprek en een evaluatie. Vier organisaties hebben een traject ingekocht met de kennisvoucher, een subsidie vanuit ZonMw die tot december 2021 liep.

Nadat de ExpEx hadden geholpen bij het ontwikkelen van Mijn Pad en het traject bij organisaties, kregen zij het idee het ook in te voeren bij hun eigen organisatie. Het doel is ExpEx te blijven boeien en binden, ook na hun training. Hieruit is ‘Mijn ExpEx Pad’ ontstaan, een intervisie werkvorm ontwikkeld door ExpEx en studenten.

Sanne: “Het mooie aan Mijn Pad vind ik dat ExpEx er zelf ook wat aan hebben. Een mooi instrument dat ze kunnen inzetten bij het maatjesproject, het biedt handvatten voor werk dat ze zelf al doen.

B-Ready

Bij dit laatste project is ook samengewerkt met Hogeschool Windesheim en de Werkplaats Risicojeugd. Zij hadden de app B-Ready ontwikkeld voor jongeren die in een justitiële jeugd instelling zitten of uitstromen. Deze app biedt praktische informatie en handvatten over zelfstandig worden. Zij hebben een pilot studie gedaan naar een chatlijn die bemenst wordt door ervaringsdeskundigen.

Symposium

Op 13 juni jl. is een symposium gegeven, georganiseerd door Hogescholen Rotterdam en Windesheim, en drie regionale kenniswerkplaatsen jeugd: ST-RAW, SAMEN en Risicojeugd. Tijdens dit symposium zijn de resultaten gepresenteerd van Mijn Pad bij ExpEx en van de chatlijn B-Ready! Het centrale thema was: Samenwerken vanuit ervaringskennis.

Meer weten? Bekijk hier de beschrijving van het project of bekijk onze ontwikkellijn Samenwerken met gezinnen.